De abdij van Grimbergen werd in 1128 door de Heilige Norbertus gesticht. Ze was een toevluchtsoord waar menig pelgrim en reiziger gastvrij werd onthaald.
In 1142 werd de abdij al voor de eerste keer in haar geschiedenis het slachtoffer van oorlogsgeweld. Ze werd door een brand volledig verwoest.
Pas in 1159, toen de rust eindelijk weerkeerde, kon met de heropbouw worden begonnen. In de daaropvolgende eeuwen kende zij een grote bloei. De godsdienstoorlogen in de 16e eeuw maakten echter een einde aan deze voorspoedige periode.
In 1566 werd de abdij voor de tweede keer volledig vernield. Het duurde echter niet lang voor zij uit haar as zou verrijzen. In 1629 werden grootse werken aangevat. Rond die periode werd de feniks het symbool van de levenskracht van de abdij. Dat het symbool goed gekozen was zou in de 18e eeuw opnieuw blijken. Onder het Franse bewind werden alle kerkelijke eigendommen nationaal bezit en in 1796 moesten de kloosterlingen dan ook hun abdij verlaten.
In 1798 werd ze te koop gesteld. De nieuwe eigenaars maakten de abdij nagenoeg gelijk met de grond. Pas in 1845 begon men aan de bouw van een nieuwe abdij. De feniks was eens te meer uit haar as herrezen.
|