Het oudste document met betrekking tot de parochiekerk van Sint-Kristoffel is geschreven in het jaar 1139. Het is een schenkingsakte van Nicolaas, bisschop van Kamerijk, waarbij hij aan de abdij van Affligem het beheer en toezicht over de kerken schenkt van Ossel, Londerzeel en Puurs. Hierin is noch het tijdstip van de oprichting van de Londerzeelse kerk en evenmin enig beschrijf ervan weergegeven.
Ongetwijfeld had het kerkgebouw van die tijd een gans ander uitzicht dan vandaag. Het zal beslist veel kleiner geweest zijn. Het gebouw heeft zonder enige twijfel in de loop van zijn lange bestaan vele wijzigingen ondergaan. De kerk werd opgericht in de onmiddellijke nabijheid van de burcht. Volgens bevoegde bouwmeesters zou gedeeltelijk de toren en het schip van de kerk teruggaan tot de 13de eeuw. In het standaardwerk "Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen" [deel 2n - Vlaams Brabant - Halle-Vilvoorde; Ministerie van Nederlandse cultuur - Rijksdienst voor monumenten- en landschapszorg - Snoeck-Ducaju N.V., uitgevers te Gent - p.p. 352 en volgende] wordt vermeld:
" in zijn huidige vorm, kruisbasiliek met zware vierkante westertoren tussen zijkapellen, [vertoont de kerk] een driebeukig schip van drie traveeën, uitspringende noorder- en zuidertranseptarmen van twee traveeën en een ontwikkelde koorpartij van twee rechte traveeën en een vijfzijdige absis; nagenoeg even diepe zuid- en noordzijkoren met driezijdige sluiting en aanleunende sacristie. zandsteenbouw in verzorgd verband. rijzige westertoren, op elke hoek gestut door hoge, op elkaar gestelde steunberen waarover vier waterlijsten lopen; semi-hexagonaal traptorentje met lichtgleuven en latere semi-piramidale spits op de noordwestzijde ...".
Talrijke leengoederen in Londerzeel waren tot het jaar 1534 afhankelijk van het leenhof van Dendermonde van de graven van Vlaanderen. In dat jaar verwierf Hendrik van Nassau een aanzienlijke hoeveelheid eigendommen in Londerzeel. De verwerving kwam tot stand door de verkoop van goederen door Daneel Vilain en zijn familie die vazallen waren van de graaf van Vlaanderen. Deze overdracht had tot gevolg dat Londerzeel nog nauwere banden kreeg met de Nassau's uit Nederland en het werd aldus een onderdeel van de baronie van Grimbergen, deels kroondomein van Nassau en Oranje.
Koning Philips II van de Spaanse Nederlanden voerde een verbeten strijd tegen de opstandige Zuidelijke Nederlanden. Opeisingen, brandschatting, plundering en verwoesting van vele goederen waren schering en inslag. Omwille van zijn nauwe banden met de Nederlanders bleef Londerzeel allerminst van deze gruwel gespaard. In het jaar 1595 werd in een schepenakte van Londerzeel vermeld:
" ... daar onze registers wegens het afbranden van de burcht en van onze kerk [waar deze registers in een schepenkoffer bewaard werden], veroorzaakt door inlandse troebelen en oorlogen vernield zijn ..."
Vermoedelijk gebeurde dat in het jaar 1592. De schepenbank leverde in 1619 andermaal een "vidimus" [letterlijk : wij hebben gezien ...] af:
" ... omdat tijdens de voorbije oorlogen en troebelen al de registers en documenten die in de kerk in de schepenkoffer lagen, samen met de kerk verbrand zijn ..."
In het jaar 1627 werd door de meier en de schepenen van Londerzeel een lening aangegaan van 1200 gulden bestemd voor het "opmaken van de nieuwe toren van de kerk alhier".
Er zijn geen bijzonderheden meer bekend over de brand die in het jaar 1730 de kerktoren - toen nagenoeg 100 jaar geleden gebouwd - opnieuw verwoestte. En andermaal, op 28 juli 1855 - kermisdag in Londerzeel - werd het dak en een deel van de kerk verwoest door een blikseminslag, "door het hemels vuur". Toen werd besloten om niet alleen de schade te herstellen, maar tevens om de kerk te vergroten. Van de toren werd een gedeelte afgebroken, namelijk de tweede klokkenverdieping en de omlopende balustrade, en in de plaats kwam omstreeks 1900 een ranke torenspits. In het jaar 1990 werd de torennaald door een voorjaarsstorm grotendeels verwoest. De metalen constructie werd gedemonteerd en na grondige restauratie opnieuw bovenop het robuuste metselwerk van de westertoren geplaatst. De hedendaagse Sint-Kristoffelkerk is een driebeukig zandstenen bedehuis, met kruisbeuk koor en zijkapellen.
Er zijn enkele opmerkelijke kunstvoorwerpen te bewonderen, zoals biechtstoelen uit de 17de-18de eeuw, de preekstoel uit de 17de en het koorgestoelte uit de 19de eeuw. Drie schilderijen en de in 1990 gerestaureerde gebrandschilderde glasramen. Verder bezit de kerk prachtige liturgische gewaden, die ondanks hun ouderdom nog in uitmuntende staat verkeren en een aantal opvallend mooie zilveren cultusvoorwerpen.
|